Voorbeelden van indelingen

Voorbeelden van indelingen

De functiewaardering geeft aan dat functies in bedrijven ingedeeld moeten worden in functiegroepen. Namelijk door ze vergelijken met de referentiefuncties uit het functiehandboek. Ook wordt uitgelegd hoe functies die afwijken van de referentiefuncties ingedeeld worden.  

1. Voorbeeld: indeling van een plukleider in de Glastuinbouw

 

Stap 1:  verzamelen van functieinformatie

In sommige glastuinbouwbedrijven wordt tijdens de oogst een oogstmedewerker belast met het aansturen en controleren van een groep, veelal tijdelijke, oogstmedewerkers. Hun werkzaamheden zijn beschreven in de referentiefunctie oogstmedewerker (02.01.03). Degene die aanstuurt en controleert wordt plukleider genoemd. Met aansturen en controleren wordt in dit voorbeeld bedoeld:

  • overdragen en laten uitvoeren van instructies en opdrachten van bedrijfsleider
  • werkverdeling, instrueren, begeleiden, waar nodig corrigeren van de oogstprestatie en/of het gedrag van oogstmedewerkers
  • signaleren van product dat niet aan eisen voldoet. Verder worden de werkzaamheden verricht die de oogstmedewerkers ook verrichten.
 
Stap 2: selecteren van geschikte referentiefuncties

De plukleider is in de glastuinbouw geen referentiefunctie. Welke referentiefuncties zijn geschikt om mee te vergelijken? Om te beginnen de oogstmedewerker (02.01.03). De hier beschreven werkzaamheden moet de plukleider ook verrichten. Verder zoeken we functies waarin oogstwerkzaamheden voorkomen en leidinggeven op beperkt niveau (aansturen en controleren). Zulke functies zijn de teeltmedewerker B (02.01.07) en de zelfstandig teeltmedewerker (02.01.08).

Stap 3: vergelijken van bedrijfsfuncties met referentiefuncties

De plukleider komt met geen van de gekozen referentiefuncties overeen. Ten opzichte van de oogstmedewerker is er een plus: aansturen en controleren. Ten opzichte van de teeltmedewerker B is er een aantal minnen: geen teeltvoorbereiding, geen teelthandelingen (hier ook: verzorgen van water- en voedingsemissie, beoordelen van groeiproces en groeiverstoringen signaleren), geen inpak- en sorteerwerkzaamheden, nauwelijks overige werkzaamheden. Ten opzichte van de zelfstandig teeltmedewerker zijn de verschillen nog groter. Naast de bij de teeltmedewerker B genoemde: verdergaande teelthandelingen (klimaat- en lichthoeveelheid instellen, biologische en chemische gewasbescherming en ziektebestrijding).

Stap 4: wegen van de verschillen

Het is duidelijk dat de plukleider hoger dan de oogstmedewerker en lager dan de teelt-medewerker B en de zelfstandig teeltmedewerker ingedeeld wordt. Functiegroep C en D komen dan in aanmerking (zie functieraster in Deel II hoofdstuk A). Het verschil met de oogstmedewerker is duidelijk. Het verschil met de andere 2 functies is groter: er ontbreken complete activiteiten en verantwoordelijkheden.

Stap 5: de indelingsbeslissing

Gezien de verschillen ten opzichte van de gekozen referentiefuncties en het gewicht van die verschillen, is het logisch om de hier beschreven plukleider in te delen in functiegroep C. Dichter bij de oogstmedewerker dan bij de teeltmedewerker B.

N.B.: Het is natuurlijk toegestaan om referentiefuncties te kiezen uit andere sectoren als die vergelijkingswaarde hebben. In de kolom Paddestoelen is een plukleider handoogst (05.09) opgenomen, die ingedeeld is in functiegroep E. De functiebeschrijving lezend blijkt echter dat we niet alleen op de functienaam af mogen gaan. Het leidinggeven strekt zich over een breder gebied uit: niet alleen oogsten maar ook sorteren, afwegen en verpakken. Niet alleen aansturen en controleren, maar ook plannen en inroosteren. En bovendien uitvoeren van registraties en (uitgebreidere) personeelswerkzaamheden. Deze functie is dus duidelijk zwaarder dan ons voorbeeld.

Een andere geschikte referentiefunctie in de sector Paddestoelen is de assistent oogstleider handoogst. Deze is ingedeeld in functiegroep D. Deze functie komt dicht in de buurt van ons voorbeeld. Het verschil is dat het hier geen tijdelijke situatie betreft maar een permanente. De assistent oogstleider voert dan ook met een grotere kennis en zelfstandigheid zijn functie uit en het leidinggeven heeft meer diepgang. Dat blijkt ook uit het feit dat de assistent de oogstleider kan vervangen. Net iets zwaarder dan ons voorbeeld.

Ook als we deze referentiefuncties naast ons voorbeeld leggen, blijkt indeling in functiegroep C de juiste. Uit de vergelijking met de assistent oogstleider blijkt verder dat er eenvoudig varianten op de plukleider te bedenken zijn, waarbij een indeling in functiegroep D aan de orde is. Namelijk de variant waarbij het leidinggeven een permanenter karakter heeft en de oogstleider vervangen wordt.

Meer over FUWA

Documenten

2. Voorbeeld: beoordelen van verschillen ten opzichte van referentiefuncties

 

Bij het vergelijken van functies in bedrijven met referentiefuncties (stap 3) zal al gauw blijken dat er verschillen zijn. In de praktijk zijn zaken net weer iets anders geregeld dan beschreven in de referentiefuncties. Hier doen ze het zus, daar doen ze het zo. Moet een verschil altijd tot een andere indeling leiden? (stap 4 en 5). Vaak niet. Het gaat erom wat het verschil is, in relatie tot de hele functie. In elke functie komen lichte en zware taken voor. Licht en zwaar volgens de functiewaardering. Een zware taak beïnvloedt de functiezwaarte, een lichte draagt daar nauwelijks aan bij. Zwaar en licht is voor elke functie anders. Zwaar is als de andere taken lichter zijn. Licht is als andere taken zwaarder zijn.

Voor een teeltmedewerker A is het beoordelen van het groeiproces en het signaleren van groeiverstoringen een zware taak, voor een teeltchef of een teeltspecialist is dezelfde taak licht.

Het best kan dit worden uitgelegd aan de hand van een voorbeeld over functiereeksen. Een functiereeks is een reeks van functies met in principe een zelfde soort werk in oplopende zwaarte. Een reeks zou een promotiepad kunnen zijn. In het functiehandboek is een aantal terug te vinden.

In de glastuinbouw vinden we de reeks: medewerker teeltvoorbereiding, productiemedewerker, teeltmedewerker A, teeltmedewerker B, zelfstandig teeltmedewerker, meewerkend voorman teelt en teeltchef.

In de landbouw vinden we de reeks: assistent dierverzorger, dierverzorger en allround dierverzorger.

In de boomkwekerij vinden we de reeks: assistent medewerker boomkwekerij, medewerker boomkwekerij en allround medewerker boomkwekerij.

In de paddestoelen vinden we de reeks: oogstmedewerker, assistent oogstleider, pluk-leider en oogstleider.

In deze reeksen is het vaak zo dat een functie in de reeks de lagere functie in zich heeft plus nog een taak. Die taak is dan de zware taak die ervoor zorgt dat de functie een functiegroep hoger is ingedeeld.

Constateren we nu een verschil tussen een functie in een bedrijf en een referentiefunctie en betreft het een referentiefunctie in een reeks, dan kunnen we stellen dat als een taak ontbreekt die reeds op een lager niveau in de reeks voorkomt, dat waarschijnlijk geen gevolgen heeft voor de indeling. Het verschil betreft een lichte taak. Betreft het een taak die nou net het verschil maakt met de vorige functie uit de reeks dan is het oppassen. Het betreft een zware taak. Wordt dat niet gecompenseerd door een andere zware taak, dan kon de indeling wel eens lager zijn.

Ter illustratie de verschillen tussen de functies in de genoemde reeks bij de paddestoelen (handmatige oogst):

Oogstmedewerker: plukken, zandvoet verwijderen, signaleren als product niet aan eisen voldoet, sorteren en in fust leggen.

ssistent oogstleider: (komt voor in grote bedrijven): werkzaamheden als oogstmedewerker plus toezichthouden (20 medewerkers) op oogstwerkzaamheden (overdragen en laten uitvoeren van instructies van oogstleider, werkverdeling, instrueren, begeleiden en corrigeren).

Plukleider: (komt voor in middelgrote bedrijven): werkzaamheden als assistent oogstleider maar nu leidinggeven (20 medewerkers) aan oogstwerkzaamheden (in overleg met bedrijfsleider plannen, inroosteren, controleren), plus registreren, uitvoeren van dagelijkse personeelswerkzaamheden.

Oogstleider: (komt voor in grote bedrijven): werkzaamheden als plukleider maar nu leidinggeven (75 medewerkers) via assistenten (zelf plannen, inroosteren, controleren), zorgdragen voor opslag en afvoer volgens specificaties, zorgdragen voor registraties en opstellen van overzichten, opstellen van werkinstructies en handleidingen, uitvoeren van dagelijkse personeelswerkzaamheden (hier inclusief deelname aan selectiegesprekken en zorgdragen voor voldoende gekwalificeerd vast en tijdelijk personeel), overleggen met expediteurs, bespreken van planningen en ontwikkelingen met bedrijfsleiding.

De oogstleider en de plukleider verrichten zelf geen oogstwerkzaamheden. Natuurlijk worden ze wel geacht te weten hoe dat moet. Ze moeten er immers leiding aan geven. Zou nu in een bedrijf een plukleider regelmatig zelf mee oogsten, dan moeten we dat beschouwen als een lichte taak. Het zal de functiezwaarte niet of nauwelijks verhogen.

De plukleider doet in overleg met de bedrijfsleider het plannen, inroosteren en controleren. Zou hij dat zelfstandig doen (zoals de oogstleider), dan is dat een zware taak, die reden zou kunnen zijn een functiegroep hoger in te delen.